Waar ben ik? Op het koudste plekje op aarde
Met dit apparaat is het de Leidse geleerde Kamerlingh Onnes gelukt om een temperatuur te bereiken vlak boven het absolute nulpunt (-273°C).
Op 10 juli 1908 slaagde de Leidse koudepionier Heike Kamerlingh Onnes er als eerste in om helium, het laatste der ‘permanente gassen’, te condenseren, vloeibaar te maken. Na een lange dag was er 60 milliliter, nog geen theekopje vol, van de nieuwe vloeistof opgevangen. Aldus bereikte Onnes een temperatuur vlak boven het absolute nulpunt ( -273 °C) en promoveerde zijn laboratorium tot het koudste plekje op aarde. Het vloeibaar maken van helium is een mijlpaal in de internationale natuurkunde en leverde Kamerlingh Onnes in 1913 de Nobelprijs voor de Natuurkunde op.
Supergeleiders
De lol van deze ‘koude kermis’ is dat materialen bij lage temperaturen bijzonder eigenschappen blijken te hebben. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de elektrische weerstand van een metaal? Daalt de weerstand omdat de trillingen van de atomen afnemen en de elektronen dus minder gehinderd worden, of juist stijgen omdat de elektronen zelf zouden ‘vastvriezen’? Geen van tweeën gebeurde. Kamerlingh Onnes merkte dat de weerstand bij sterke afkoeling plotseling helemaal wegvalt. Hij keek dus naar de eerste supergeleider.
